De afgelopen winter bracht regionaal flink wat winterweer in Nederland. Toch wordt het klimaat steeds warmer en nemen zachte winters toe. Hoe kan het dat we dan toch nog zulke winterse situaties meemaken? In dit artikel leggen we uit hoe dat zit.
In januari viel lokaal meer dan 20 centimeter sneeuw en in de regio Utrecht zelfs rond de 30 centimeter. Ook in februari zorgde ijzel in het noorden voor gevaarlijke situaties en werd op 3 februari code rood afgegeven. Tegelijkertijd horen we vaak dat het klimaat opwarmt en dat winters steeds zachter worden. Hoe passen zulke winterse situaties in een opwarmend klimaat?

De meteorologische winter is inmiddels voorbij. Dit is het moment waarop wij meteorologen in de cijfers duiken en conclusies trekken over hoe warm of koud het seizoen is verlopen. Het voelt misschien niet zo, maar de gemiddelde temperatuur bedroeg 4,8 graden tegen een normaal van 4,1 graden.
In dit overzicht blikken we terug op de afgelopen winter.

Het klimaat warmt op, maar het weer kent uitbijters
Klimaatverandering betekent dat het gemiddelde klimaat warmer wordt. Hiervoor kijken klimaatwetenschappers naar een periode van 30 jaar. Het weer daarentegen blijft sterk schommelen. Zelfs in een warmer klimaat kan nog steeds koude lucht uit het noorden of oosten van Europa ons land bereiken. Een sneeuwrijke periode is dus niet in tegenspraak met klimaatopwarming.
De vraag die we eigenlijk moeten stellen is: hoeveel sneeuw was er gevallen in een minder warm klimaat? Een kijkje in het verleden kan hier uitkomst bieden. De winter van 1978/79 was een van de strengste winters van de twintigste eeuw. Ook deze winter kende grote temperatuurverschillen tussen het noorden en het zuiden van het land. Op 2 januari viel in het noorden binnen één dag 40 cm sneeuw en begin februari kwam het tot meerdere sneeuwstormen. Vooral de noordelijke regio’s werden geteisterd door enorme sneeuwduinen van maar liefst zes meter hoog en de temperatuur daalde tot -24,7 graden.
We blikken terug naar de sneeuwstormen, ijzel en ijzige kou waarmee Koning Winter ons in 1979 gijzelde.

Warm zeewater zorgt voor meer neerslag
Niet alleen boven land warmt het op, ook de Noordzee wordt steeds warmer. De eerste sneeuw in januari was afkomstig van winterse buien vanaf de Noordzee. Het waren plaatselijke buien die op sommige plaatsen een flinke hoeveelheid sneeuw achterlieten. Door het warme zeewater kon meer water verdampen, met intensieve sneeuwbuien tot gevolg. In een scenario met kouder zeewater waren de buien mogelijk minder intens geweest.

Op lange termijn neemt sneeuw af
We weten dat met het huidige klimaat situaties zoals afgelopen winter steeds zeldzamer zullen worden. Toch is het niet helemaal uitgesloten dat er in de komende jaren weer sneeuw valt. Zoals eerder gezegd kunnen winterse buien vanaf de Noordzee door warm zeewater juist extra intens uitpakken.





